BMW 428i Cabrio High Executive

10 juni 2014

  

Metaal boven stof

Kort na de introductie van de 4 Serie Coupé volgt nu de Cabrio, die zich qua numerieke naamgeving distantieert van de sterk verwante 3 Serie. Opnieuw onderscheidt BMW zich van zijn Duitse rivalen uit Ingolstadt en Stuttgart door vast te houden aan een metalen vouwdak. Daarmee is de 4 Serie Cabrio ook parttime Coupé, met alle bijbehorende voor- en nadelen. Met het dak geopend oogt ‘ie op z’n best, maar de discussie over stof versus metaal is daarmee nog niet gesloten.

BMW 4 Serie Cabrio

Het is prijzenswaardig dat BMW je in elk geval een stalen vouwdak als mogelijkheid geeft in deze prijsklasse. Concurrenten Audi A5 Cabriolet en Mercedes-Benz E Cabriolet doen het met een klassieker ogend stoffen dak. Dat heeft zo zijn charme, maar is tevens kwetsbaarder voor invloeden van buitenaf. Vandalen en inbrekers zijn de schrik van iedere cabriorijder en dat weten verzekeraars ook. Bovendien is een stalen vouwdak minder gevoelig voor slijtage en verkleuring, dus er valt genoeg te zeggen voor BMW’s keuze om ook van de 4 Serie weer een ‘CC’ te maken.

BMW 4 Serie Cabrio

  

Driedelig vernuft

Nadelen zijn er natuurlijk ook, CC’s met een tweedelig dak hebben vaak een voorruit die ver doorloopt naar achteren en dat doet afbreuk aan het ‘open gevoel’. Zo niet het dak van de 4 Serie Cabrio, dat uit drie delen bestaat. Een vernuftig systeem stapelt de achterruit en de twee dakdelen strak boven elkaar op en vouwt ze onzichtbaar weg onder de achterklep. Geopend is de 4 Serie met z’n korte voorruit en horizontale achtersteven net zo fraai als een conventionele cabriolet en het ‘open gevoel’ is ruimschoots aanwezig. Helaas opent en sluit het dak niet bijzonder snel en bovendien alleen stilstaand of stapvoets rijdend. Een stoffen cabrioletkap kan vaak tot ‘bebouwde kom snelheden’ nog bediend worden.

BMW 4 Serie Cabrio

De echte concessies worden zichtbaar met het dak dicht, dan wordt zichtbaar dat de coupélijn vooral gedicteerd wordt door technische beperkingen. Desondanks oogt de 4 Serie Cabrio met het dak dicht niet verkeerd. Hij doet zelfs een beetje denken aan de 3 Serie Coupé uit de jaren ’80 en ’90, met z’n smalle C-stijlen, lange kofferbak en hoekige vormen. De conventionele 4 Serie Coupé heeft een elegantere lijn en oogt door zijn schuin aflopende achterramen en korte achterklep meer als een gekrompen 6 Serie.

BMW 4 Serie Cabrio

  

Topzwaar

Van een cabriolet met stalen dak wordt ook vaak beweerd dat ze ‘topzwaar’ zijn en als je de cijfers van de 428i Coupé en Cabriolet naast elkaar legt dan schrik je in eerste instantie van de gewichtstoename. Alle noodzakelijke verstevigingen en de dakconstructie laten het gewicht stijgen van 1.445 kg naar 1675 kg (!). Gelukkig merk je daar tijdens het rijden niet veel van. De 4 Serie Cabrio stuurt als een echte BMW met een fijne zware weerstand en veel precisie. In bochten helt ‘ie comfortabel over, maar dat doen meer moderne BMW’s. De uiteindelijke bochtsnelheden en ondersteldynamiek zijn uitstekend en van een topzwaar dak is niets te merken. De torsiestijfheid is natuurlijk iets minder dan die van een coupé, maar veel meer dan een licht trillende binnenspiegel merk je niet op slecht wegdek. Het gewichtsverschil van 230 kg zal uiteindelijk wel iets uitmaken voor de prestaties.

BMW 4 Serie Cabrio

In eerdere tests constateerden we al dat de 28i een fantastische aandrijflijn is. Anders dan de cijfers suggereren gaat het hier niet om een 2,8 liter zes-in-lijn, maar om een geblazen tweeliter viercilinder. Deze motor is een waar multitalent, met het koppel van een diesel en de kracht van een zescilinder. Natuurlijk klinkt ‘ie niet zo zuiver en fraai als een atmosferische zescilinder, maar hij trekt er wel een tandje heftiger aan. De beloofde 0 naar 100 km/u sprint in 6,4 seconden lijkt wat optimistisch bij een vermogen van 245 pk, maar onder de 7 tellen blijkt op de stopwatch moeiteloos haalbaar. De achttrapsautomaat is een juweeltje en kent voor iedere stand van het gaspedaal de juiste versnelling en toerentallen. Met de instelbare rijstanden kun je middels de knop op de middenconsole variëren van zuinig rijden in Eco-Pro tot dynamisch in Sport +. De schakelflippers achter het stuur zijn een leuke gimmick, maar vanwege het gebrek aan geluidsbeleving en een overvloed aan versnellingen voegen ze weinig toe. Laat de automaat maar lekker z’n werk doen, dat past ook het beste bij het cruisen met een cabriolet. Wie enkel snelweg op Randstedelijk tempo rijdt, kan (in Eco-Pro) behoorlijk dicht bij de fabrieksopgave van 1 op 15 komen, maar in de praktijk moet je rekening houden met een gemiddeld verbruik van 1 op 10,5. Gezien het gewicht en de prestaties is dat niet gek.

BMW 4 Serie Cabrio

  

Ook voor koukleumen

In het interieur van de 4 Serie Cabrio is het een prettig weerzien van het naar de bestuurder gedraaide dashboard uit de Coupé en de 3 Serie. Een fraai afgewerkt geheel dat zich prettig laat bedienen. De zitpositie is top en je kunt lekker diep wegzakken ten opzichte van de onderkant van de ramen. Optioneel kan je boven de achterbank een windscherm monteren, dat ook handig is op te bergen in een uitsparing achter de neerklapbare achterbank – daar is over nagedacht! Waar de Coupé een sedanwaardige 445 liter bagageruimte heeft, daar slonk de kofferruimte van de Cabrio naar 370 liter met gesloten dak. Ligt het dak opgeborgen in de kofferbak, dan houd je nog maar 220 liter over. In de cabrio’s van Audi en Mercedes-Benz kun je net iets meer kwijt (minimaal 300 liter). Voor wat extra laadgemak kun je met een druk op de knop het hele zwikkie omhoog zetten, wat er bijzonder vreemd uitziet maar wel reuze handig is.

BMW 4 Serie Cabrio

De achterpassagiers zijn minder ruim bedeeld. Met vier volwassenen op pad betekent inschikken, want de beenruimte achterin houdt niet echt over. De hoofdruimte achter is wel in orde, met het dak open zelfs oneindig. Wel zit je achterin een cabrio natuurlijk erg in de wind, voorin zit je altijd beter en in de 4 Serie zit je dan het liefste links: achter het stuur. Zelfs met koud weer kun je de elementen eenvoudig trotseren. Met de ramen en het windschot omhoog, de stoelverwarming op standje ‘3’, en er is er ook nog een extra kacheltje dat warme lucht in je nek kan blazen. Zo vindt zelfs de grootste koukleum het niet erg om ook in de lente en herfst ‘open’ te rijden. Laat je het dak dicht, dan word je aangenaam verrast door de stilte aan boord – ook op hogere Autobahn-snelheden.

BMW 4 Serie Cabrio

Qua prijs positioneert de 4 Serie zich keurig tussen de concurrerende modellen van Audi en Mercedes-Benz in. Voor net geen 60 mille staat deze 428i Cabrio met achttrapsautomaat in de prijslijst, maar vergis je niet in de lange en verleidelijke optielijst die het totaalbedrag voor deze testauto niet mals maken: 78.425 euro. In basis lijkt de Audi A5 iets voordeliger en de Mercedes E-Klasse is iets duurder, maar ook daar zal de aankleding uiteindelijk bepalend zijn. Des te opvallender is de meerprijs ten opzichte van een identiek gemotoriseerde 4 Serie Coupé: bijna 10 mille. Zo wordt open rijden wel een erg kostbare en exclusieve aangelegenheid.

  

Cabrio-compromis

De 4 Serie Cabrio is mij uitstekend bevallen, het is een echte plezierauto voor alle seizoenen. Een cabriolet die alle nadelen van het cabriorijden wegneemt met technische snufjes. Van een kacheltje in je nek tot de slimme driedelige dakconstructie en een bagageruimte die altijd goed toegankelijk is. Het extra gewicht is gelukkig nauwelijks merkbaar en BMW bouwt nog steeds de meest dynamische cabriolet van de Duitse Drie. De snelste ook, voor z’n gewicht en pk’s. Toch blijft het de vraag of de 4 Serie Cabrio het ultieme compromis is tussen de voor- en nadelen van open rijden, of dat hij door z’n forse meerprijs en gebrek aan charisma kant noch wal raakt. De sportieve BMW-rijder vindt een gewichtstoename van meer dan 200 kg wellicht moeilijk verteerbaar, terwijl de echte cabriorijder zweert bij een stoffen dak. Eén ding is zeker: de 4 Serie Cabrio onderscheidt zich door van de keuze tussen coupé en cabriolet een geslaagd compromis te smeden.

BMW 4 Serie Cabrio

  

Auteur: David Joost Kamermans

Fotograaf: Elco van der Meer