BMW 740i High Executive

9 februari 2009

 

De ideale mix

BMW, het merk dat bekend staat om haar sportief rijdende auto’s. Dynamiek, straf afgestemde onderstellen en stevige stoelen zijn de kenmerken voor de gemiddelde BMW. Bij een merk met deze kernwaarden verwacht je geen luxe toplimousine om een topman comfortabel te vervoeren. Toch heeft BMW al jaren de 7-serie, een grote luxe sedan die recent compleet vernieuwd is. Zijn voorgangers waren inderdaad lang niet zo comfortabel als een Mercedes S-klasse of een Jaguar XJ, maar duidelijk op dynamische rijeigenschappen gericht. Hij was niet echt geschikt om je comfortabel van A naar B te laten vervoeren, maar eerder om zelf achter het stuur te kruipen en je opvallend en luxueus te vervoeren. Met de huidige claimt BMW het comfort van een S-klasse te benaderen, zonder de sportieve rijeigenschappen er onder te laten lijden. Dat klinkt als de ideale mix. Wij zijn erg benieuwd of de nieuwe 7-serie die belofte waar kan maken.

 

Eeuwige strijd

Het begon allemaal eind jaren ’70, een slank gelijnde en gestrekte sedan moest de directe concurrent van de luxe, degelijke en begerenswaardige Mercedes-Benz S-klasse worden. De S-klasse, vooral bedoeld om topmannen comfortabel en van alle gemakken voorzien te vervoeren, had op dat moment eigenlijk alleen maar concurrentie van enkele Amerikanen en stijlvolle Britten die eveneens erg comfortabel, maar verre van dynamisch waren. Een gewaagde zet om daar een sportievere en straffer geveerde limo tegenover te zetten. Het verleden heeft echter uitgewezen dat er wel degelijk vraag naar een dergelijke ‘sportievere’ topsedan is.

De kracht van het exterieur was de slank gelijnde koets. In tegenstelling tot een S-klasse oogde de 7-serie gestrekt. Maar dat had ook wel gevolgen voor het aanzien, een S-klasse zag er gewoon imposanter en duurder uit. Zeker in de jaren ’90 was het verschil tussen de twee Duitse concurrenten erg groot. Mercedes had op dat moment de grote en plompe W140, ook wel ‘de kathedraal’ genoemd. Dit terwijl BMW de platte en sportief ogende E38 had. Bekende stijlkenmerken van de 7-serie zijn de lage raamlijn, de vrij lage neus en de agressief ogende dubbele koplampen. In mindere mate ook de twee grote nieren in het front. In 2001 gooide BMW het roer om, en kwam er een vrij lompe en grote opvolger in de plaats van de slanke E38 op de markt. De kont was in vergelijking met de rest van de auto erg dik, misschien wel iets te dik. Daardoor leek de auto niet helemaal evenwichtig geproportioneerd te zijn. Er kwamen dan ook veel gemengde reacties. De een vond het niets, en de ander vond het prachtig. Het was dan ook een opluchting voor de eerst genoemde groep toen de foto’s van de nieuwe Zeven over het internet verspreid werden. Ze lijken bij BMW nu een mooi compromis te hebben gevonden tussen een dikke uitstraling zonder plomp over te komen.

Ondanks dat de nieuwe Zeven een geheel nieuw model is, kun je er nog wel erg goed zijn voorganger in herkennen. De voorzijde is vooral erg opvallend geworden door de gigantische nieren. Ze zijn prominent aanwezig, misschien wel iets te. Ook opvallend is de bolle vorm in de bumper, dit ziet er wat vreemd uit. Maar BMW heeft de nieuwe 7-serie in elk geval wel een eigen gezicht gegeven, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Audi. Een A8 en een A3 zijn van een afstandje moeilijk te onderscheiden in je binnenspiegel. De achterzijde van de Zeven heeft de bekende BMW achterlichten zoals we die ook van de 3 en de 5-serie kennen. Een aantal LED-lijntjes onderbreken de grote lichten mooi, en zorgen in het donker voor een goede herkenbaarheid. Wat in onze ogen de grootste verbetering is aan de achterzijde, en misschien wel aan heel de auto, is de achterklep. Die is niet meer zo hoog en ligt niet meer optisch op de auto zoals bij de vorige, maar is nu netjes geïntegreerd in het ontwerp - zoals het hoort bij een sedan. Zo is de auto naar onze mening veel beter in balans, en oogt ie ook weer wat slanker zoals zijn voorgangers uit de jaren ‘90.

 

Herkenbaar

Het interieur is nog steeds in de BMW stijl, de lay-out van de knopjes, de joystick voor de automatische versnellingsbak en de comfortstoelen zijn allemaal bekend uit de andere modellen van BMW. Het interieur is dan ook geen grote verrassing. Opvallend is wel het prominent aanwezige grote scherm voor de navigatie, die talloze andere functies kent, zoals de toegang tot het wereld wijde web. Helaas is er in Nederland nog geen provider die dit ondersteunt, maar dat is een kwestie van tijd. Het scherm was al aan de grote kant, maar dit is een breedbeeldscherm van flatscreenformaat in autoland. De bediening gaat door middel van de bekende iDrive knop, die al door vele andere merken is overgenomen in soortgelijke centrale bedieningsknoppen. Een compliment voor BMW dus. Werd er in het verleden nog wel eens geklaagd over de lastige en omslachtige bediening van het systeem, tegenwoordig kan bijna iedereen er wel goed mee overweg. Zeker nu de knopjes rondom de centrale knop een andere vorm hebben en op de tast te vinden zijn.

Zoals al eerder genoemd komen de stoelen ons ook bekend voor, het zijn de comfortzetels die ook in onder andere de X5 en de 5-serie optioneel te verkrijgen zijn. Onze mening over deze stoelen is inmiddels wel bekend: we vinden ze te hard om de naam ‘comfort’ waar te kunnen maken. Op de langere ritten gaat het vooral aan je achterste vervelen. De zijdelingse steun is wel zeer goed instelbaar, of je een breed, smal of normaal postuur hebt, je kunt het volledig naar wens instellen. Vooral in bochten is dit ideaal, en in lijn met de sportieve aspiraties van BMW. De achterbank is ook aan de harde kant, maar wat ons opvalt dat de bovenbenen bovengemiddeld goed ondersteund worden. Je zit dus redelijk in de achterbank, zonder er in weg te zakken. De beenruimte is meer dan voldoende, je hebt zeker als je de vijfzits configuratie hebt geen ‘Lang’ uitvoering nodig. Die komt pas van pas als je de vierzitter neemt met elektrisch verstelbare achterstoelen, zodat je languit kunt gaan.

Het materiaalgebruik in de 7-serie zoals we dat verwachten van een auto van dit kaliber. Alle gebruikte kunststoffen zijn zacht. De pasvorm is ook erg precies, er zijn weinig grote naden in het interieur te vinden. Het gebruikte hout in onze testauto vinden we wat licht van kleur, waardoor het wat goedkoop en onnatuurlijk aandoet. Maar dat is een kwestie van smaak, zoals gebruikelijk kun je dit volledig naar eigen smaak bestellen. De beige lederen bekleding contrasteert mooi met de zwarte exterieurkleur. Doordat ook een deel van het dashboard in het beige is uitgevoerd, ziet het er een heel stuk minder grauw uit dan een uitvoering met een zwart interieur.

 

Groen directievervoer

Na alles grondig te hebben geïnspecteerd is het dan eindelijk tijd om de motor door middel van een startknop te laten ontwaken. Zoals de liefhebbers altijd zeggen: ‘een echte BMW heeft een zes-in-lijn motor’. De benaming ‘40i’ is geheel nieuw voor een zescilinder. Als we naar de vorige reeks 5 en 7-series kijken, dan vinden we alleen maar achtcilinders met die benaming. Maar door de milieulabels die tegenwoordig nogal zwaar lijken mee te wegen, is ook BMW aan het downsizen. De zes-in-lijn motor van de nieuwe 740i heeft een dubbele turbo, dit blok kennen we onder andere uit de 335i. Met een vermogen van 326 pk is het zeker geen stakker, en hoeft niemand zich er voor te schamen dat er slechts een zescilinder in plaats van een achtpitter onder de kap van zijn 7-serie ligt. De bijbehorende specificaties zijn ronduit indrukwekkend te noemen, zo moet de 7 volgens de fabriek in net geen zes tellen naar de 100 gaan en de begrensde top van 250km/uur met gemak aantikken. Helaas hebben we het zelf niet kunnen nameten, maar als we op ons gevoel af gaan lijkt dit zeker aannemelijk. Door de dubbele turbo en de automaat heeft de auto geen last van een turbogat. Bij ieder toerental trekt de nieuwe Zeven even soepel weg. Gelukkig is de reactie van het gaspedaal niet nerveus, dit zorgt er voor dat je jezelf ook rustig door het verkeer kunt verplaatsen. Wanneer we het pedaal in de kickdown trappen klinkt er de bekende zes-in-lijn brul uit de uitlaten dat we ook uit andere BMW modellen kennen. De liefhebbers vinden dit geluid een oorstrelende sensatie. Wij vinden het ook indrukwekkend klinken, maar na een aantal keer goed in de toeren door te hebben getrokken houden we het weer even voor gezien. Het verbruik dat we over de gehele testperiode hebben gehaald schommelde tussen de een op acht en de een op negen. Als we kijken naar de prestaties van deze toplimousine vinden we dit een erg gunstig verbruik. De 740i dankt er ook zijn groene C-Label aan.

Belangrijk in dit segment is de geluidsisolatie. De heren topmannen willen wel in alle rust en stilte vervoerd worden, of zichzelf vervoeren. In vergelijking met zijn grote concurrenten, de S-klasse en de A8, moeten we toch concluderen dat de 7-serie niet de stilste in zijn klasse is. Vooral het bandengeluid en windgeruis zijn in vergelijking met zijn twee belangrijkste tegenstrevers wat teleurstellend. Het motorgeluid is ook subtiel, maar meer nadrukkelijk aanwezig. Wellicht heeft dit toch te maken met het sportieve imago dat BMW graag onderstreept.

Een bijzondere ervaring is de meesturende achteras, die zorgt er voor dat in het stadsverkeer de wielen tegensturen zodat de draaicirkel nog redelijk beperkt blijft voor zo’n grote limousine. Maar pas echt bijzonder is het communicatieve gevoel van de besturing wanneer je bijvoorbeeld over een klaverblad raast. Je kunt ondanks dat het een erg grote auto is door het zeer direct en precies stuurgevoel de auto exact plaatsen in de bocht. Afhankelijk van de instellingen van het onderstel wordt naar mate je de auto sportiever instelt de weerstand zwaarder. Dit geldt ook voor het overhellen in de bochten, in de ‘sportplus’-stand doet de Zeven dat het minst. We vinden het overhellen in het algemeen wel meevallen voor een auto zonder luchtvering. In de comfortstand stuurt de 7-serie het lichtst. Je hebt ook het gevoel goed contact met de weg te hebben. De gehele rijervaring met de 7-serie is bijna net zo lichtvoetig als met een 5-serie.

De instelbare dempers van het onderstel zorgen voor de grootste verrassing. In de comfortstand is de Zeven inderdaad erg comfortabel voor een BMW. Alleen op korte drempels hoor je het onderstel stevig klapperen en wordt duidelijk dat de auto daar niet in zijn element is. Dit doet een S-klasse bijvoorbeeld weer een stuk beter, daar kun je echt mee over drempels knallen zonder erg veel van mee te krijgen. Dit komt natuurlijk door de luchtvering, waar BMW absoluut niet aan wil. Volgens BMW mis je dan het contact met de weg en daarmee vervalt een deel van de kracht van het Beierse merk; het sportieve en communicatieve rijden. Na een groot deel van de rit in de comfort stand te hebben gereden, zijn we ook wel benieuwd naar de sport en de sport plus standen. In de sportstand merken we al duidelijk dat de auto een stuk stugger wordt, en daardoor ook vergelijkbaar met de vorige. Voor de mensen die verzot zijn op dergelijke onderstellen is het natuurlijk ideaal. Niet alleen de onderstelafstemming verandert, ook het stuurgevoel en het schakelgedrag van de automaat worden aangepast. Hoe sportiever je het instelt, hoe directer en zwaarder alles gaat. Het nadeel van de sportplus stand is dat je geen gebruik meer kunt maken van de adaptieve cruise control, hij houdt automatisch een hoger toerental aan waardoor je er op ieder moment als een speer vandoor kunt gaan. U begrijpt wel dat we deze stand slechts drie keer hebben gebruikt, omdat het naar onze mening niet echt bij het karakter van dit type auto past.

Aan veiligheidssystemen kom je niets te kort in de nieuwe Zeven. Een leuke gadget is de ‘side view’ camera’s die in de hoeken van de voorbumper gemonteerd zitten. Deze camera’s zorgen er voor dat je eerder zicht op de weg hebt als je bijvoorbeeld tussen twee huizen met hoge muren door rijdt, en de doorgaande weg op wil rijden maar het overzicht nog niet hebt. Lane departure warning is inmiddels al bij meerdere merken bekend, dit zorgt er voor wanneer je van rijstrook wisselt zonder richting aan te geven, het stuurwiel lichtjes gaat trillen.

 

Het blijft moeilijk…

…om een succesvol model door te ontwikkelen. Toch heeft de nieuwe BMW 740i ons weer weten te verrassen. De belofte die ze doen ten aanzien van de ideale mix van comfort en dynamiek wordt deels waargemaakt. De nieuwe Zeven is zonder luchtvering comfortabel, maar haalt nog steeds niet bij het superieure comfortabele veergedrag van de S-klasse. De BMW onderscheidt zich wel duidelijk door zijn sportieve rijeigenschappen en bijzonder communicatieve stuurgevoel, iets wat in deze klasse uniek is. De - voor de 7-serie nieuwe - zes-in-lijn bi-turbomotor heeft de kracht en de souplesse van een achtcilinder, maar niet het bijbehorende verbruik. Het verbruik valt zelfs zo gunstig uit, dat de nieuwe 740i een groen C-label krijgt. Met de nieuwste veiligheidssnufjes kan de Zeven weer helemaal meekomen in het topsegment. Nu hij ook een ‘comfort’-stand kent die zijn karakter daadwerkelijk soepeler maakt, zal dat zeker wel wat klanten van Mercedes en Audi kunnen gaan kosten.

 

Auteur: Gregory Weller

Fotografie: Jesse Kraal

 

Deze test is mede mogelijk gemaakt door:

BMW Nederland
http://www.bmw.nl
Rijswijk

 

Motor en techniek:

2979 cm3 - 6 in lijn
240 kW (326 pk) bij 5800 tpm
450 Nm bij 1500 tpm
Benzine
Achterwielen
6 v, automaat

 

Maten en gewichten:

1835 kg
500 l

 

Prestaties:

250 km/u
5,9 s

 

Verbruik:

13,8 l/100km
7,6 l/100km
9,9 l/100km
232 g/km

 

 

Prijzen:

€ 101.150
> € 140.000

 

Energielabel