Citroën C6 2.2 HDiF Ligne Business

15 februari 2009

 

Na lang wachten

Citrofielen hebben er lang op moeten wachten, maar eindelijk kwam in 2006 de nieuwe toplimousine van het merk Citroën. Zes jaar na het uit productie gaan van zijn voorganger, de XM. Citroën staat bekend om haar vooruitstrevende modellen, met dito techniek. Maar helaas was de grote concurrent, Peugeot, al veel eerder met de 607, die veel techniek met de C6 deelt. Zo vooruitstrevend is de techniek helaas dus niet, maar het uiterlijk des te meer. Citroën lijkt daarmee terug in de tijd te grijpen. Veel stylingkenmerken van de DS en de CX zijn doorgevoerd op de C6. Daarmee is het een erg herkenbare en unieke verschijning geworden. Wij zijn benieuwd of de C6 echt het wachten waard is geweest.

 

Opvallend zonder kleur

Dat het exterieur niet ieders smaak zal zijn, is te begrijpen. Net zoals zijn voorgangers, de DS, CX en XM is de C6 allerminst een doorsnee automobiel. Opvallen doe je er zeker mee, maar als je hem dan ook nog eens in een witte lakkleur hebt, ben je verzekerd van bekijks. Of het mooi en smaakvol is, is een ander verhaal. Wij zien toch echt liever een donkergroene of zwarte lakkleur op een C6. Sommige auto’s kunnen een witte lakkleur erg goed hebben, maar op een chique sedan zoals de C6 staat het ietwat goedkoop. Hij oogt door de lichte kleur een heel stuk kleiner dan hij in werkelijkheid is. Pas wanneer je er een middenklasser naast zet zie je pas hoe groot de C6 eigenlijk is.

De neus is net zo plat en lang als die van zijn voorgangers. Tegenwoordig zitten de koplampen op de uiterste hoeken gemonteerd, waardoor er een grote vlakte op de motorkap ontstaat. De grille van de C6 is mooi in het ontwerp verwerkt. De twee chromen lijntjes vormen in het midden van de motorkap het ’double chevron’ logo van Citroën. We vinden in de voorbumper nog een grille, waar de mist en knipperlichten naast verwerkt zijn. Als ze het niet op deze manier hadden gedaan, was het geheel wel erg kaal geworden. Duitse auto’s staan bekend om hun ‘cleane’ styling, maar bij Citroën verwachten we wel dat er nog wat extra details zijn aangebracht om de auto zeker niet saai te laten ogen.

En profil lijkt de C6 meer op een vierdeurs coupe dan op een sedan. Dat komt door de sterk schuin aflopende daklijn, ook loopt de ‘kont’ van de C6 vrij snel na de daklijn schuin af. Daardoor lijkt de neus nog langer dan hij in werkelijkheid is. In de boogvormige daklijn kunnen we nog wel een klein beetje een Mercedes CLS herkennen. De daklijn van de CLS lijkt sterk op die van de C6. Alleen heeft de C6 dan nog een extra zijruit die tot diep in de D-stijl doorloopt, waardoor er toch een duidelijk onderscheid is tussen de twee.

Aan de achterzijde herkennen we direct een detail van de CX, de achterruit loopt namelijk concave naar binnen. Dit ziet er erg futuristisch uit en is een van de details waar Citroën een mooie verwijzing naar modellen van weleer maakt. Een voordeel van zo’n achterruit is dat de ruit veel minder snel smerig wordt, maar ook de kofferklep is hierdoor groter. De achterlichten doen ons denken aan boemerangs, ze zijn namelijk smal en gebogen. Geen enkele andere auto heeft achterlichten die er ook maar enigszins op lijken. Het gevolg van die designobjecten aan de achterzijde is dat men de achteruitrijd- en de mistachterlichten vergeten is. Die zijn als losse units naast de kentekenplaat geplaatst. Dit ziet er een tikkeltje rommelig uit, we hadden het liever gewoon in de achterlichten verwerkt gezien. Het is jammer dat de elektrisch uitklapbare spoiler alleen voor de zescilindermodellen bestemd is, want dit had de achterzijde net wat dikker gemaakt.

De 18 inch lichtmetalen wielen onder de testauto zijn een must voor de C6, kleiner moet je ze niet willen. Dan lijken het namelijk net stepwieltjes, onder het kollosale koetswerk. Een mooi detail van de velgen zijn de naafkapjes. Daar zit het Citroën embleem echt ‘opgeplakt’, in plaats van er in gedrukt. Dat oogt zo veel luxer, dergelijke details maken auto’s als deze exclusief.

 

Franse inmenging

Nadat we het opvallende en karakteristieke exterieur goed hebben bekeken, wordt het tijd om het interieur eens onder de loep te nemen. Citroën zorgt er meestal voor dat er ook in het interieur – waar je uiteindelijk gedurende het rijden tegenaan kijkt – veel gadgets en andere excentrieke details worden aangebracht. Het moet een lust voor het oog zijn, en vooral niet te veel op dat van andere merken lijken. Op dat front stelt de C6 ons helaas erg teleur. Eenmaal achter het stuur plaatsgenomen, stralen de knopjes uit diversie modellen van Peugeot je tegemoet. De gehele middenconsole komt zelfs rechtstreeks uit de 407. Blijkbaar is er flink gewinkeld in de schappen van het PSA samenwerkingsverband met Peugeot. Een gemiste kans voor Citroën, want juist het unieke en onderscheidende van voorgangers als de DS en de CX was het interieur, en dan met name het dashboard. Bij zo’n bijzonder gestileerde koets als dat van de C6, verwacht je op z’n minst een even futuristisch of in elk geval onderscheidend vormgegeven binnenste. Grootste teleurstelling is nog wel het stuurwiel, waarbij een stilstaand hart ontbreekt. Juist dat is een karakteristiek Citroën-kenmerk, dat je in andere modellen van dit Franse merk tegenwoordig wel weer tegenkomt.

Verder oogt het dashboard door de grote lege vlakte vrij kaal, dat het zou zomaar uit een Duitse auto kunnen komen. Je krijgt niet het bijzondere gevoel, zoals je dat in een Citroën als deze zou verwachten. De tellers zijn gelukkig niet zo uit een ander PSA model overgenomen, achter het stuurwiel vinden we namelijk een digitaal tellerhuis. Als je voor de Exclusive uitvoering kiest, krijg je de snelheid ook nog eens in de voorruit geprojecteerd door de ‘head-up’ display. Wij hadden echter de Ligne Business tot onze beschikking, de een aantal luxe zaken mist die de C6 in Exclusive-uitvoering echt afmaken. Zo missen we de volledig elektrisch verstelbare passagiersstoel, dat gaat in de Business-uitvoering slechts gedeeltelijk elektrisch. Ook de geheugenfunctie van de voorzetels en stand van de buitenspiegels ontbreekt. Gek genoeg zijn zowel de voorstoelen als de achterbank op deze uitvoering wel verwarmbaar.

We nemen plaats op de met prachtig mokka leder bekleedde stoelen. Ze nodigen door het formaat uit om uren op te reizen. Ze zijn wel wat aan de harde kant, vaak zien we in Franse auto’s toch wel zachtere stoelen. Maar ze zitten prima, na langere ritten stap je weer fris uit. Ook achterin is het erg goed vertoeven, aan beenruimte kom je niets te kort. Je kunt hooguit door de aflopende daklijn hoofdruimte tekort komen. Aan de sigaren van Monsieur le Directeur is ook gedacht: achterin vinden we maarliefst twee sigarettenaanstekers! Waar het voor nodig is? Het blijft voor ons een raadsel. Ook heeft iedere passagier een eigen asbakje in de armleuning van het deurpaneel. De ruime portiervakken in alle vier de deuren zijn ook met oog voor detail ontworpen. Afhankelijk van de gekozen soort inleglijsten, krijg je het deurvak in stemmig hout of pianolak uitgevoerd. Dat ziet er erg smaakvol uit. Het vak open je door het naar beneden te drukken, en als je het vervolgens weer naar beneden indrukt komt het paneel weer vertraagd naar boven.

Door het ruime passagierscompartiment heeft de kofferruimte kennelijk wat liters moeten inleveren. In vergelijking met de concurrentie is de C6 lang: bijna 5 meter. Toch is de kofferruimte redelijk beperkt gebleven, met slechts 421 liter. Dat is natuurlijk meer dan voldoende, maar we hadden er iets meer van verwacht. Ook is de kofferklep onhandig klein, ondanks de concave achterruit die het kofferdeksel groter maakt, waardoor grotere voorwerpen moeilijk of niet in te laden zijn. Toch denken we dat de gemiddelde C6-rijder hier waarschijnlijk geen hinder van zal ondervinden, omdat het meer een zakenauto is dan een gezinsauto.

 

Zijdezacht comfortabel

Bij een auto van dit kaliber verwachten we een soepele en zijdezachte zescilinder motor. Maar door toenemende vraag naar groene CO2-labels die tegenwoordig aan auto’s worden gekoppeld, is de C6 nu ook leverbaar met een meer economische 2.2 dieselmotor. De 2.2 HDi werd al langer in de C6 geleverd, maar tot september vorig jaar nog niet met een automatische transmissie. En aangezien het in onze ogen echt een must is een automaat te hebben in een dergelijke luxe limousine, klinkt dat als een waardevolle toevoeging. Maar of deze motor- en bakcombinatie echt in de buurt van de zespitters kan komen, is nog maar de vraag.

Tot onze grote verbazing moeten we de motor nog met een traditionele sleutel starten, we hadden eigenlijk wel keyless entry en een startknop verwacht. De sleutel komt helaas ook rechtstreeks uit de PSA schappen, verschillende Peugeot’s en Citroën’s hebben exact dezelfde sleutel. Het was een kleine moeite geweest om een unieke sleutel te ontwerpen, speciaal voor het topmodel C6. Zeker bij een auto in deze prijsklasse is dat toch wel een beetje teleurstellend, het zijn juist de details die de potentiële kopers zullen moeten overtuigen. Vanuit het vooronder komt de bekende HDi grom naar boven. We missen toch wel een beetje de mooie loop van de machtige 2.7 HDi, vooral bij accelereren ontbreekt het herkenbare turbineachtige zescilindergeluid. Maar wanneer we het gaspedaal wat dieper intrappen, merken we al gauw dat de 173 pk sterke HDi meer dan voldoende is voor de C6. Ook op de tussensprints gaat de C6 er nog aardig vandoor, en heb je geen enkel moment het gevoel in een ondergemotoriseerde auto te rijden. Je krijgt nog een redelijke duw in je rug. Alleen moet je geen topprestaties verwachten. In vergelijking met de 2.7, maakt de 2.2 meer herrie, en mist ie de soevereine kracht van de zescilinder.

We hebben recent al kennis mogen maken met deze motor/bak combinatie in de Lancia Phedra. Net zoals in de Lancia schakelt de zestrapsautomaat zijdezacht, en op de juiste momenten. De transmissie zorgt er ook voor dat de motor altijd in een zo laag mogelijk toerengebied gehouden wordt, om zo het verbruik te kunnen beperken. Gezien het gewicht van 1823kg, viel het gemiddelde verbruik van 1 op 11,7 ons nog behoorlijk mee. Met een handgeschakelde bak zou echter een gemiddelde van 1 op 15 mogelijk moeten zijn, wat wel een aanzienlijk verschil is. Maar toch, deze auto vraagt gewoon om een automaat.

Uiteraard is het paradepaard van Citroën ook voorzien van de beroemde hydropneumatische vering. Het zorgt er voor dat de wagenhoogte zowel voor als achter constant blijft, ook bij zware belasting. Maar het grootste voordeel volgens de echte Citrofielen is echter het onovertroffen comfort dat het veersysteem met zich mee brengt. Natuurlijk zijn wij hier ook erg benieuwd naar. Helaas hebben de viercilinders in de C6 een ander veersysteem dan de zescilinders. Hierdoor missen we de crème de la crème wat veercomfort betreft, wat ons des te nieuwsgieriger naar het ‘budget’ systeem. Wanneer we over de eerste de beste klinkerweg rijden, merken we dat veel oneffenheden mooi weggefilterd worden. Alleen diepe gaten geeft de C6 wel hard door. De langere drempels zijn geen probleem, daar voel je nauwelijks iets van. Echter, wanneer je een korte drempel wat harder neemt, klappert de voortrein behoorlijk. Het lijkt wel of de wielen ineens naar beneden klappen zodra de drempel ophoudt, wat toch een minder prettig gevoel geeft. We hadden hier eerlijk gezegd meer van verwacht. Het hydropneumatische veersysteem is comfortabel, maar een 607 met conventioneel onderstel is bijna net zo soepel afgeveerd. Het voordeel van de 607 is dat je wel het contact met de weg behoudt, de C6 lijkt soms nogal zweverig. Maar dat is vooral gevoelsmatig, want in bochten ligt de C6 als een blok op de weg. Hij helt wel wat over, maar zodra het onderstel in de sportstand staat, blijft de C6 aardig vlak en wordt de demping nog wat stugger.

In de stad stuurt de C6 lekker licht, en heb je zeker niet het idee met zo’n grote auto op pad te zijn. Pas als je hem in een krappe parkeerplaats moet manouveren, merk je hoe groot de C6 daadwerkelijk is. De parkeersensoren voor en achter zijn dan ook echt een must om geen lelijke parkeerschades op te lopen. Eenmaal op snelheid stuurt de C6 wat zwaarder, met lekker veel weerstand zoals we dat graag zien, maar nog niet zo precies. Hij is rond de middenstand wat vaag, wat ergens ook wel weer past wel bij het comfortabele karakter van de auto.

 

Karakteristieke uitstraling

Voor de echte liefhebbers is de C6 zeker het wachten waard geweest. Het is een unieke auto die zich vooral met zijn uiterlijk onderscheid van de concurrentie. Maar wie kritisch is en goed naar de details kijkt, kan de C6 op aantal punten toch als een teleurstelling ervaren. Zo is het interieur lang niet zo onderscheidend en vooruitstrevend als dat van zijn voorgangers, en zijn er zichtbaar veel onderdelen van andere PSA modellen gebruikt. De C6 moet het dus vooral van zijn bijzondere uitstraling hebben en op dat vlak is hij dan ook zeker geslaagd. Hij heeft een karakteristieke uitstraling die hem herkenbaar en exclusief maakt in zijn klasse.

Om te rijden is hij verder bijzonder comfortabel door de hydropneumatische vering, al hadden we ook daar net iets meer van verwacht. Wellicht dat de zescilinders het bijzondere gevoel kracht kunnen bijzetten door onder andere de automatisch uitklapbare spoiler, een geavanceerder veersysteem en een krachtigere motor. De 2.2 HDI voldoet prima, maar houdt niet veel over bij vlotte inhaalacties en mist het mooie turbineachtige geluid van de 2.7. Daar staat echter wel een veel gunstigere aanschafprijs en verbruik tegenover, en dat is in deze economisch moeilijke tijden toch wel mooi meegenomen.

 

Auteur: Gregory Weller

Fotografie: Luuk van Kaathoven

 

Deze test is mede mogelijk gemaakt door:

Citroën Nederland
http://www.citroen.nl
Amsterdam

 

Motor en techniek:

2179 cm3 - 4 in lijn
125 kW (173 pk) bij 4000 tpm
400 Nm bij 1750 tpm
Diesel
voorwielen
6 v, automaat

 

Maten en gewichten:

1823 kg
421 l

 

Prestaties:

217 km/u
11,2 s

 

Verbruik:

10,6 l/100km
5,9 l/100km
7,6 l/100km
199 g/km

 

 

Prijzen:

€ 60.990
> € 63.000

 

Energielabel