Volvo V70 2.5T Geartronic Ocean Race

20 januari 2009

 

Een echte race

Wedstrijdzeiljachten zijn ontdaan van alles wat niet strikt noodzakelijk is en zijn ontworpen om elke centimeter nuttig te gebruiken. Ook wordt er een beperking aan personen en bagage gesteld, want één kilo te veel betekent één verloren minuut: het verschil tussen een overwinning of een bittere nederlaag. De zeiljachten zijn de inspiratie voor de Volvo Ocean Race-modellen. Gelukkig hebben ze zich niet volledig laten inspireren door de jachten, want de Volvo V70 Ocean Race heeft een overvloed aan luxe zaken aan boord. Natuurlijk wordt wel - net zoals bij de zeiljachten - iedere centimeter nuttig gebruikt. Wij hadden deze bijzondere uitvoering een week te leen voor een uitgebreid ‘avontuur’.

 

Bling Bling Edition

Inmiddels kent iedereen de Volvo V70 wel, want in Nederland is het de populairste ‘premium’ stationcar. Bij de introductie anderhalf jaar geleden liepen de meningen sterk uiteen: de één vond hem spuuglelijk en de ander vond het een waardige opvolger van zijn succesvolle voorganger. Het mooie van dit verhaal is, dat in 2000, toen zijn voorganger de V70 ‘Classic’ op ging volgen, exact dezelfde reacties ontstonden. Echter na de officiële introductie werden veel meningen toch bijgesteld en ging de Zweedse stationcar als een warm broodje over de toonbank. Bij de huidige heeft zich precies hetzelfde verhaal voorgedaan. Inmiddels zijn er al heel wat nieuwe V70’s op naam gezet en kom je ze regelmatig tegen op de Nederlandse wegen.

Kenmerkend aan onze testuitvoering is de kleur ‘Ocean Blue’, een kleur die alleen op de Ocean Race-modellen wordt geleverd. Voorheen was dat dan ook de enige kleur die je op deze modellenreeks kon bestellen, maar tegenwoordig kun je hem ook in het minder opvallende ‘Electric Silver’ krijgen. Wat ons betreft kun je hem het beste in de originele blauwe lakkleur bestellen, want dat steekt mooi af bij de extra chroomaccenten, die op deze versie standaard zijn: de raamlijsten, de mistlampen, de luchtinlaat, de dakrails en de grille zijn voorzien van extra bling bling. Ook de speciale 17 inch wielen en de badges op de voorspatborden kenmerken deze uitvoering.

 

Een oceaan aan ruimte

Niet alleen het exterieur, maar ook het interieur heeft een aantal op zeiljachten geïnspireerde details gekregen. Zo hebben de stoelen een aantal stiksels, die gebaseerd zijn op de stiksels van een zeildoek. Helaas zijn de stiksels op onze testuitvoering niet traditioneel blauw, zoals dat wel bij de vorige modellen werd toegepast. Nu ziet het er een beetje vreemd uit, zeker als je geen idee hebt hoe de stiksels van zeilen er uit zien. Gelukkig zitten de stoelen zoals we van Volvo gewend zijn: voortreffelijk en prettig ondersteund. Na een lange rit stap je weer fris uit.

Aan het dashboard is niets veranderd ten opzichte van de andere uitvoeringen en het ziet er opgeruimd uit. De aluminiumkleurige strook die over het dashboard loopt zorgt voor een rustig geheel. De ‘waterval’-middenconsole is rijkelijk voorzien van knopjes, maar ondanks dat, zit ieder knopje op de plaats waar je het verwacht. Het materiaalgebruik van de watervalconsole had wat ons betreft net wat hoogwaardiger mogen zijn, het voelt nu wat plasticachtig aan. Dit in tegenstelling tot de rest van het interieur, dat hoogwaardig aandoet en uit mooie materialen is vervaardigd. Wat we ook erg mooi vinden, is de toplaag van het dashboard. Die is zacht indrukbaar en heeft een grove structuur. Dat oogt erg hoogwaardig. Verder zien we het RTi-navigatiesysteem centraal bovenop het dashboard. De werking daarvan gaat op de tast met knopjes achter het stuurwiel, of door middel van een afstandsbediening. Zo kan ook een van de achterpassagiers de bestemming instellen: daar is over nagedacht. Wel doet de kaart wat gedateerd aan, want tegenwoordig vinden we in veel andere auto’s nog mooiere en gedetailleerde kaarten. Neem bijvoorbeeld het iDrive van BMW, dat is haarscherp zonder grote pixels te zien. Het systeem is wel erg duidelijk en laat ver van te voren weten waar je naartoe moet. Dit in combinatie met de plaatsing op een ideale hoogte, past goed bij Volvo’s veiligheidsimago. Je hoeft je blik nauwelijks van de weg af te halen.

De V70 is een brede auto, dat merken we ook in het interieur. De bestuurder en de passagier zitten redelijk ver van elkaar af. Tussen de stoelen is een brede middentunnel geplaatst met een handig groot opbergvak. De tunnel dient ook meteen als middenarmsteun. We hadden liever een separate steun aan de stoel gehad, of in ieder geval een verstelbare steun. Nu is de armsteun al snel te laag, als de stoel in een hogere stand staat. De achterpassagiers hebben aan ruimte niets te klagen: de vorige V70 had een kortere wielbasis, waardoor er nog al eens klachten kwamen over de beperkte beenruimte achterin. Gelukkig is dit bij het nieuwe model opgelost. Ook is het geen probleem om met drie personen naast elkaar op de achterbank te zitten. De achterbank is niet te hard, waardoor je ook daar na een urenlang durende rit weer fris uitstapt.

Zodra we de elektrisch te bedienen achterklep openen, valt ons meteen weer een Ocean Race-detail op. In het bagageafdekzeil staat groot het Ocean Race-logo gedrukt. Nuttig is het natuurlijk niet, maar het ziet er leuk uit en het onderscheidt zich van de normale modellen. Wat ook opvalt is dat het zeil vanaf de ruit van de kofferbak een stukje schuin omhoog loopt om zo onder het zeil meer ruimte te creëren. Bij de vorige modellen werd er veel geklaagd over de beperkte ruimte onder het afdekzeil, omdat de raamlijn niet al te hoog was. Bij de nieuwe hebben ze dit mooi opgelost door het zeiltje voor een mooie afdekking wat schuin af te laten lopen. Onder de denkbeeldige bodem van de kofferbak bevindt zich nog een groot luik, met daaronder veel opbergvakjes. Hier kun je bijvoorbeeld los gereedschap kwijt zodat het niet bij iedere bocht door de auto heen slingert.

 

Soepele lagedruk turbo

De motorruimte van de V70 is gevuld met een bekend blok, dat al jaren in verschillende modellen geleverd wordt. Het is het 2.5liter blok met low-pressure turbo. Dit blok staat vooral bekend om zijn souplesse en de mooie vijfcilinder roffel. In onze testauto is de motor gekoppeld aan de zestraps Geartronic automaat. Wanneer we op de startknop drukken, vormt er zicht een diepe grom onder de kap. Bij de koude start loopt de motor de eerste minuten wat hoger stationair, zodat het nog wat bruter klinkt. Wanneer de motor goed op temperatuur is en we het pedaal tot onderin trappen, duurt het even voordat de automaat reageert. Hij heeft een halve seconde bedenktijd nodig. Het is een kwestie van wennen, maar we hebben het wel eens anders meegemaakt. Zodra toerenteller de 3000 toeren gepasseerd is komt er ons een superchargerachtige zoom tegemoet. Wat ons opvalt is dat de motor bovenin beter trekt dan onderin. Ondanks dat het een lagedrukturbo is. Zeker vanaf de 2500 toeren word je lichtelijk in de stoel gedrukt. De versnellingen zijn lang, waardoor de snelheidsbeleving nog groter is, dan hij al leek.

Een leuke optie die op de lijst is aangekruist is heet ‘Four C’: dit betekent dat je het onderstel in drie verschillende standen kunt zetten: sport, comfort en advanced. Vooral tussen de laatste twee standen is het verschil goed te merken. Wanneer de ‘advanced’-stand wordt geactiveerd voelen we direct meer van het wegdek binnen komen. Met de 17 inch wielen valt dit nog wel mee, maar we kunnen ons voorstellen dat het in combinatie met 18 inch storend kan worden. Wat verder nog veranderd is het stuurgevoel, dat wordt namelijk zwaarder. Je gaat zo met meer vertrouwen een scherpe bocht door. Wij gebruikten de ‘advanced’-stand alleen als er wat bochten op het traject aan kwamen. De auto blijft dan ook merkbaar vlakker. De comfortstand kenmerkt zich juist door een soepelere demping. De auto voelt dan wat minder strak aan, maar op de snelweg is het prettig dat niet ieder hobbeltje of bultje het interieur binnendringt. In de sportstand merkten we haast geen verschil met de comfortstand: die hebben we dus niet veel gebruikt.

Je blijft wel ten allen tijde merken dat je met een grote en zware auto op pad bent. De BMW 5-serie voelt bijvoorbeeld ondanks zijn bijna gelijke afmetingen een stuk lichtvoetiger aan. Toch zal de gemiddelde koper van een V70 de auto er niet om laten staan: zij zijn niet degene die zin hebben om lekker een potje mee te gaan sturen met hun familieauto.

 

Voor opvallende liefhebbers

Wie voor een Ocean Race uitvoering kiest doet dat met gevoel. Het is namelijk een uniek pakket dat je laat opvallen tussen de normale doorsnee V70’s die je op bijna iedere straathoek tegenkomt. Je moet je we bedenken dat je maar beperkte keuzemogelijkheden hebt: je kunt bijvoorbeeld maar één velgsoort en twee verschillende exterieur- en interieurkleuren kiezen. Je kunt gelukkig wel uit alle opties uit de lijst kiezen, zodat je wel omringt wordt door alle luxe. Een Ocean Race-uitvoering is 300,- euro voordeliger dan een Summum. Je mist dan wel de luxe van een elektrisch verstelbare bestuurdersstoel met geheugen, de adaptieve verlichting en nog wat andere kleine luxe zaken. In die zin is het dus een hele irrationele koop, omdat je meer betaalt voor minder. Toch zal de liefhebber van de unieke uitstraling van een Ocean Race niet uitmaken: vergeleken met een echt zeiljacht is deze nautisch uitgevoerde V70 natuurlijk nog steeds een koopje.

 

Auteur: Gregory Weller

Fotografie: Irwin Roks

 

Deze test is mede mogelijk gemaakt door:

Volvo Cars Nederland
http://www.volvocars.nl
Beesd

 

Motor en techniek:

2521 cm3 - 5 in lijn
147 kW (200 pk) bij 4800 tpm
300 Nm bij 1500 tpm
Benzine
Voorwielaandrijving
6 v, automaat

 

Maten en gewichten:

1579 kg
575-1600 l

 

Prestaties:

220 km/u
8,5 s

 

Verbruik:

15,0 l/100km
7,4 l/100km
10,2 l/100km
243 g/km

 

 

Prijzen:

€ 57.900,-
€ 73.000,-

 

Energielabel