Cadillac CTS 2.0T Premium

8 augustus 2014

on-Amerikaans lekker

Met de nieuwe CTS doet Cadillac opnieuw een moedige poging om een graantje mee te pikken in het premiumsegment van (voornamelijk Duitse) zakenlimousines. Qua design gaan de Amerikanen nog meer op de futuristische toer, terwijl techniek en afwerking meer op de Europese smaak zijn afgestemd. Geen vette V8 of brullende zescilinder, de nieuwe CTS moet het hier doen met ‘slechts’ een viercilinder turbo. Deze test zal uitwijzen wat er van het Amerikaanse karakter overgebleven is.

Aan uitstraling geen gebrek, de nieuwste generatie Cadillac CTS oogt futuristischer dan ooit en onderscheidt zich duidelijk van de grijze massa. De parelmoer roodbruine lakkleur van de testauto doet dat ook en is een chique alternatief voor grijs of zwart. De Cadillac is te herkennen aan hoge en smalle lichtunits, die voorzien zijn van lange LED-stroken. Aan de voorzijde lopen die van onderaan de voorbumper tot halverwege langs de motorkap. De grille beslaat een groot oppervlak van de neus en de 20 inch dubbelvijfspaaks wielen ogen bijna klein onder het massieve koetswerk. De verchroomde handgrepen zijn sfeervol verlicht in het donker.

Hightech

Na het openen van de kloeke portieren kun je plaatsnemen op fijn meubilair dat goed verstelbaar is en voldoende omklemt. Voor bovengemiddeld lange personen zijn de rugleuningen aan de lage kant, waardoor de schouders iets minder goed worden ondersteund. Verder zou het stuurwiel nog iets verder naar je toe gehaald moeten kunnen worden. Je kijkt in deze duurste ‘Premium’-uitvoering uit over een dashboard dat met leder – met witte stiksels - bekleed is, terwijl op de stoelen zelfs geperforeerd leder en in de deuren Alcantara te vinden is. De carbon inleglijsten geven een sportief tintje, terwijl het vele chroom en de zwartglanzende bedieningspanelen de nodige ‘bling’ toevoegen. De klokkenwinkel wordt volledig digitaal weergegeven op een LCD-scherm achter het stuurwiel.

Het dashboard oogt erg hightech, maar is ook gevoelig voor vette vingers en geen toonbeeld van ergonomie. De haptische feedback van het touchscreen en sommige knoppen is leuk, evenals het ‘openswipen’ van het paneel waarachter een vakje verstopt zit, maar feilloos werkt het niet. Met fysieke knoppen zit je nooit mis, terwijl je in de Caddy wel eens twee keer moet drukken en alles minder op de tast kunt bedienen. Verder is het jammer dat de zon soms reflecteert op de bovenzijde van de het centrale scherm, wat de afleesbaarheid niet ten goede komt.

De beenruimte achterin de CTS is riant, maar de hoofdruimte schiet voor langere personen een beetje tekort. De bagageruimte is met 388 liter vrij klein, vergeleken met die van concurrenten die al gauw 500 liter bieden. Een panoramisch dak zorgt voor verlichting in het donkere interieur van de testauto, waarvan zelfs de hemelbekleding zwart is. De achterpassagiers beschikken verder over eigen gescheiden klimaatcontrole, luchtroosters, LED-leeslampjes en bekerhouders – geen straf dus om achterin de Caddy te mogen vertoeven.

Substituut voor motorinhoud

Het vermogen heeft gelukkig niet onder het downsizen van de motor geleden. De tweeliter viercilinder is dan wel bescheiden van inhoud, met dank aan turbotechniek is ‘ie met 276 pk krachtig genoeg. Een maximale trekkracht van 400 Nm doet evenmin onder voor het koppel van een flinke zescilinder. Ik klok de Amerikaanse sloep in slechts 6,8 seconden van 0 naar 100 km/u en ook de tussensprint van 80 naar 120 km/u verloopt in 4,2 seconden bijzonder rap. De uitspraak “there’s no substitute for cubic inches” wordt nu (ook) door de Amerikanen zelf ontkracht. Wat betreft geluidsbeleving blijft er nog wel wat te wensen over. De viercilinder brult en gorgelt niet, hij klinkt vrij rauw en ongeïnspireerd. Hij trakteert je niet op een dik motorgeluid, maar stelt daar minder uitstoot en daarmee aanschafbelasting en brandstofconsumptie tegenover. Met een vlotte rijstijl kwam het testgemiddelde uit op een acceptabel 1 op 9, wie rustig aan doet haalt wel 1 op 10. Op de snelweg draait de viercilinder slechts 2.400 tpm bij 130 km/u, met een constant verbruik van 1 op 11.

De zestraps automaat voldoet prima, maar de zeven- en achttraps exemplaren van de concurrentie zijn simpelweg (nog) beter. Meer dan zes versnellingen zou een betere krachtspreiding opleveren en kan de aandrijflijn nog efficiënter maken. Gelukkig is de motor sterk en koppelrijk, waardoor de CTS laag in toeren kan blijven rijden. Wanneer je rustig optrekt schakelt de transmissie schokvrij, enkel onder vollast voel je de schakelacties. Zelf schakelen kan ook middels flippers achter het stuurwiel, maar de reactie is te traag om het leuk of zinvol te maken.

Helemaal compleet

Cadillac heeft gepoogd het onderstel en de besturing van de CTS beter af te stemmen op de Europese smaak. En het moet gezegd worden: de CTS stuurt on-Amerikaans lekker. Bij het insturen helt de neus licht over en naar mate je verder instuurt wordt het stuurgevoel zwaarder en preciezer. De brede banden rondom de 20 inch wielen zijn wel spoorvormingsgevoelig, wat soms een onrustige rechtuitstabiliteit oplevert – de keerzijde van die dynamische afstemming. Het rijcomfort is verder weinig Amerikaans, de CTS kent dezelfde stevigheid als de BMW’s waar ‘ie mee wil concurreren. Het is jammer dat de testauto geen instelbaar onderstel heeft, waarmee je voor iets meer comfort kunt kiezen. “Het is ook nooit goed”, zullen ze bij Cadillac denken. De CTS rijdt in elk geval verrassend stevig en stuurt dynamisch, het is geen zompige sloep. Lekker, als je daar van houdt.

>

Met een prijs van 72.523 euro is de CTS geen koopje, maar gezien het vermogen en de prijs is het geen gekke aanbieding. Vergelijkbaar gemotoriseerde concurrenten als de BMW 5 Serie en Mercedes-Benz E-Klasse kosten in de basis minder, maar dan moet je nog een lange lijst van opties aanvinken. De Cadillac is in deze Premium-uitvoering helemaal compleet.

Mooi statement

De nieuwe Cadillac CTS is geen perfecte zakenlimousine zoals de Duitsers die maken. De Amerikaanse uitstraling wordt gecombineerd met Europese rijeigenschappen en een potente turbomotor. Achter het stuur waant de CTS-rijder zich in iets speciaals. Concurrentie moet je vooral in de hoek van Jaguar of Infiniti zoeken, eveneens premium merken die een niche bedienen en steeds meer lef tonen. Of de traditionele Cadillac-koper op al die hightech snufjes en sportieve rijdynamiek zit te wachten is de vraag, maar met zo’n beperkt Europees klantenbestand is die karakterverschuiving wel te verantwoorden. Spiegelde Cadillac zich voorheen aan een comfortabele Mercedes, de nieuwe generatie ambieert de sportiviteit van BMW. De nieuwe CTS is hoe dan ook een leuk alternatief voor beide en met z’n opvallende looks maak je er een mooi statement mee.