Trabant P601

3 februari 2011

 

Trabant in Sovjetland

Welche Farbe willst du?”, vraagt een in groene jas en spijkerbroek geklede Duitser aan mij. Ik sta midden in Berlijn en kijk eens om me heen. Er staan een stuk of tachtig Trabants in alle soorten en maten, van een knalgele met tijgerprint tot legergroene stations met communistische logo’s. Beseffende dat elke voormalige DDR-inwoner nog steeds duizelt van zoveel keus - je was blij als je na vijftien jaar wachten überhaupt eindelijk een Trabant mocht ontvangen - kies ik bewust een bescheiden kleur, passend bij de sombere context. Het wordt een beige exemplaar.

Trabant P601

 

Blauwe walmen

Enige verbazing maakt zich van mij meester, wanneer mijn instructeur aan de bestuurderszijde instapt - ik wilde immers zelf rijden. Maar al snel blijkt dit een kijkje in het leven van de Trabant-rijder, want het rechter portierslot is kapot. Als mijn bijrijder eindelijk is aangekomen op de passagiersstoel, kan ik instappen.

In het midden van de auto mist een versnellingspook en ook een derde pedaal lijkt in eerste instantie te ontbreken. Bijna wil ik op zijn Amerikaans de hendel achter het stuur in ‘D’ zetten, wanneer mijn oog valt op een klein briefje dat op het dashboard is geplakt. De hendel blijkt meer functies te hebben, want ik zie ‘1’, ‘2’, ‘3’ en zelfs ‘4’ staan! Handschakeling aan het stuur, iets wat iedereen die ooit een 2CV heeft gereden nog zal kennen. Ik krijg de sleutel in mijn handen gedrukt en met wat tegenzin en een enorme blauwe rookwolk slaat de 600cc grote tweetakt aan. Ergens onder het dashboard blijkt het koppelingspedaal verborgen te zijn en met mijn knie in standje hopeloos zijn we klaar om op pad te gaan. De pook iets uittrekken en voorzichtig naar beneden kantelen en de bak kraakt in de eerste versnelling.

Trabant P601

 

“Mehr Gas, mehr Gas!”

Met een beetje gas probeer ik de Trabant van de besneeuwde parkeerplaats af te krijgen, maar al snel blijkt dat we met onze moderne auto’s veel te verwend zijn, want naast me hoor ik: “Mehr Gas, mehr Gas!” - een uitspraak waar mijn instructeur nogal gek op is, zo blijkt al gauw. Na een flinke dot gas rollen we soepeltjes weg en kan voor mij het grote vermaak beginnen. Dit geldt overigens ook voor de fotograaf en medereizigers in de volg-Mercedes, alleen zien zij dit als de ultieme vorm van vermaak, dus de versie met leed erin. We rijden direct langs een stukje Berlijnse muur - “Mehr Gas!” - en meteen valt op, dat het met de verwachte traagheid wel meevalt. Een gewicht van slechts 600 kg blijkt zich prima door 26 pk voort te laten bewegen.

Trabant P601

Via wat bochten rijden we langs de Brandenburger Tor richting de Reichstag. De Trabant blijkt zonder stuurbekrachtiging prima te besturen en je zou zweren dat de besturing zelfs communicatief is. De bediening van de stuurversnelling is wennen, maar wordt echt een feestje als je het een beetje door hebt. Snel schakelen is goed mogelijk en met een beetje tussengas gaat het terugschakelen ook vloeiend. Heerlijk!

Het verkeer opent zich wat en ik kan eindelijk eens echt proberen waar de Trabant toe in staat is. Aangespoord door mijn bijrijder - “Mehr Gas!” - trap ik het pedaal tegen het schutbord. De ecometer - een toerenteller kent de Trabant niet - schiet uit zijn groene gebied en suggereert samen met het enorme kabaal dat het tijd wordt om te schakelen. Zo vloeiend mogelijk schakel ik van II naar III en het gas gaat weer naar de vloer. Het autootje schudt en beeft en bij 85 km/u vind ik het wel welletjes. Een top van 110 km/u is mogelijk, maar het lijkt me niet verstandig om dat in hartje Berlijn uit te proberen, zeker ook omdat er juist een stoplicht opdoemt. Tijd dus om te remmen. Nou ja, remmen… Ik trap op een klein pedaaltje, de herrie neemt af en ik neem aan dat de snelheid dat dan ook doet. Ergo: de remmen zijn gewoon slecht en compleet gevoelloos.

Trabant P601

 

Genieten

Wanneer ik eenmaal stilsta heb ik eens tijd om het interieur in me op te nemen. Voor me vormt een brok plastic het dashboard, met daarin twee klokken verwerkt: eentje voor de snelheid en eentje voor de eerder genoemde ecometer, die door een aantal vrolijk gekleurde verlichtingsknoppen omringd worden. Onder het dashboard is meer dan genoeg aflegruimte, dus zo’n Trabant is ook nog eens praktisch. En past het niet onder het dashboard, dan is er altijd nog een ruime kofferbak voorhanden. Mijn exemplaar is overigens smaakvol uitgevoerd met een bruin soort skai, waarbij de bovenzijde van de stoelen met een rozig soort stof is bekleed. Diezelfde stoelen zijn trouwens te kort, te klein, te vormeloos en staan zo dicht op het stuur, dat goed zitten an sich al een uitdaging is. Die zithouding zorgt er ook voor dat de derde versnelling zich op de plek van je rechterknie bevindt. Dat laat dus nogal te wensen over.

Trabant P601

Het stoplicht kleurt oranje en springt kort daarna op groen, waarop we weer verder rijden. We zijn nu in het Amerikaanse gedeelte van Berlijn beland en alsof zoveel kapitalisme niet past bij een Trabant, begint het - voor een nog troostelozere aanblik - te regenen. Ik ben blij als ik erachter kom dat de Trabant werkende ruitenwissers heeft en ben oprecht verbaasd over de regelbare interval. Dit was zelfs nog geen gemeengoed op de duurdere Renaultjes 5, waar het Westen zich in de jaren zeventig en tachtig in verplaatste. Ik vraag maar meteen of deze Trabant ook achterruitverwarming heeft. De instructeur antwoordt bevestigend en vraagt of ik ook weet waarom. Ik veronderstel dat het dient voor de ontdooien van de achterruit. Niets blijkt minder waar, want “de Trabant heeft achterruitverwarming, zodat de mensen die aan het duwen zijn lekkere warme handen hebben!” Weer iets geleerd.

Trabant P601

We rijden verder langs de Duitse centrale bank – met een immer oplopende staatsschuldteller op de gevel – en terwijl mijn passagier honderduit praat over alle bezienswaardigheden die we passeren, bedenk ik me dat ik eigenlijk verschrikkelijk zit te genieten. Het maakt me niet uit dat de remmen het niet doen, dat het dashboard centimeters op en neer trilt bij een stationair draaiende motor of dat er tijdens het rijden een meterslange blauwe wolk van uitlaatgassen achter de auto hangt, veroorzaakt door het mengsel van benzine en olie waar de motor op draait. Eigenlijk zorgt het allemaal voor een almaar groter wordende glimlach op mijn gezicht. Weinig auto’s krijgen dat voor elkaar, maar dat Oost-Duitse half van stof, half van hars gemaakte autootje lukt het. Uiteindelijk mag ik van de instructeur helemaal los op een besneeuwd stukje parkeerplaats en verovert de Trabant echt een plek in mijn hart. Insturen, handrem, tegensturen en sierlijk glijdt de Trabi dwars over de parkeerplaats. Nooit gedacht dat ik dat nog eens zou doen met deze auto.

Trabant P601

 

Hemel op aarde

Na afloop van de doldwaze - “Mehr Gas!” - rit, praat ik nog even na met de rij-instructeur. De zojuist gereden Trabant blijkt een vrij laat exemplaar te zijn geweest, die vlak voor de val van de muur in september 1988 gebouwd is. Natuurlijk ben ik benieuwd wat zo’n ding nu nog moet opleveren. De aanschafprijs van een Trabant blijkt mee te vallen - in Duitsland althans. De prijzen beginnen bij 500 euro en lopen op tot 1.000 voor een hele goede. Of als je geluk hebt, twee kratten bier voor eentje met wat werk. Hier in Nederland wordt er minimaal 1.350 euro gevraagd voor een Trabant, oplopend tot het dubbele voor een nette.

Na het in ontvangst nemen van mijn “Trabi-Führerschein” krijgen we nog een laatste grap te horen. “Waarom gaan alle Trabant rijders naar de hemel?”, vraagt de instructeur. Nadat wij te kennen geven geen idee te hebben, antwoordt hij: “Omdat ze op aarde de hel al hebben meegemaakt“. Veel mensen zullen zich zo voelen bij een Trabi, maar voor mij was het fantastisch. De hele beleving van het Trabant rijden is zo intens, dat alle minpunten tezamen met de blauwe rook uit de uitlaat verdwijnen. Een Trabant is voor mij juist een stukje hemel op aarde.

Trabant P601

 

Auteur: Jurjen van Rhee

Fotografie: Elco van der Meer

 

 

Trabant P601

 

Motor en techniek:

595 cm3 - 2 in lijn
26 pk bij 4200 tpm
51 Nm bij 3000 tpm
Mengsmering
Voorwielen
4 v, handgeschakeld

 

Maten en gewichten:

614 kg
238 l

 

Prestaties:

100 km/u
35 s

 

Verbruik:

9,0 l/100km
6,9 l/100km
8,0 l/100km
+/- 160 g/km